Leven in het Lab #3 De vlokreeft

De vlokreeft is één van de eerste diersoorten die we in de slootjes van het Levend Lab hebben gezien. Daarom verdient hij nu wel een plekje in de serie “Leven in het Lab”. De vlokreeft leeft vooral op de bodem in plassen, sloten en meren. Hij kan goed en snel zwemmen, vandaar dat het waarschijnlijk één van de pioniers is in het Levend Lab!

Lichaam

Vlokreeften behoren tot de kreeftachtigen en lijken een beetje op een vlo, vandaar de naam vlokreeft. Vlokreeften hebben een zijdelings afgeplat lichaam. Een volwassen exemplaar van de meeste soorten vlokreeften kan zo’n 2 cm lang worden. Ze zwemmen vooral op hun zij. Op de kop zijn twee paar antennes en twee samengestelde ogen te zien, aan elke kant één. Hun lichaam bestaat uit 13 segmenten, met daaraan twee paar antennes en 13 paar poten. De poten hebben verschillende functies; de poten vooraan zijn om te grijpen, in het midden om te lopen en achteraan om te zwemmen.

SAMSUNG CSC

Twee vlokreeften uit het Levend Lab

Dieet

Vlokreeften zijn detrivoren/omnivoren, ze eten van alles, maar vooral dood organisch afval. Jonge vlokreeften eten vooral de ontlasting van andere dieren, bacteriën en schimmels die aan dode bladeren groeien. Volwassen exemplaren eten vooral dode bladeren en watervlooien. Het zijn dus vooral afvaleters, ze zorgen voor de afbraak van dood organisch materiaal, hele nuttige dieren in het voedselweb dus. Tegelijkertijd zijn vlokreeften prooi voor verschillende vissen en amfibieën. Ze worden dan ook gekweekt als visvoer.

Levenscyclus

Net als alle geleedpotigen hebben vlokreeften een hard uitwendig skelet (exoskelet). Om te kunnen groeien, vervellen ze een aantal keer. Na het vervellen is hun exoskelet zacht en kunnen ze groter worden. Alleen net na het vervellen is het vrouwtje vruchtbaar. Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes. Als mannetjes willen paren grijpen ze een vrouwtje aan de rug vast, dit doen ze net zolang totdat het vrouwtje vruchtbaar is, dit kan wel twee weken duren. Een mannetje dat een vrouwtje vast houdt, wordt ook wel een “precopula” genoemd. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar het verschijnsel van deze “precopula”. Het vasthouden van een vrouwtje is voor een mannetje namelijk een investering. Tijdens de precopula kan het mannetje niet naar andere vrouwtjes zoeken, is makkelijke prooi voor een predator en het kost energie voor het mannetje om het vrouwtje vast te houden.

Wanneer het vrouwtje vervelt, draait het mannetje om het vrouwtje heen en verspreidt zaadcellen over haar buik. De bevruchting vind buiten het vrouwtje plaats, in het peracarida/de eierzak, een soort buidelzak waar het vrouwtje haar eieren in legt. In die buidel ontwikkelen de eitjes zich tot jonge vlokreeftjes. Na zo’n drie weken verlaten de jonge vlokreeftjes de moeder. Het aantal eieren per vrouwtje varieert sterk; van 6 eieren voor kleine vrouwtjes (6-7 mm) tot 29 eieren voor grote vrouwtjes (11-12mm).

Verschillende soorten

De wetenschappelijke naam van de vlokreeft is Gammarus. Het genus Gammarus bevat meer dan 200 soorten. In het Levend Lab hebben we de tijgervlokreeft, Gammarus tigrinus, waargenomen. Sommige leven in zout water en andere, zoals Gammarus  pulex (de zoetwatervlokreeft), uitsluitend in zoetwater. Gammarus tigrinus kan zowel in zout als zoet water leven. Een andere soort die in zoetwater leeft is Gammarus roeseli. Deze is eerder in het lab van het CML gekweekt. Anja Verschoor heeft een film van de kweek van deze vlokreeften gemaakt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s