Waarom zijn onze experimentele sloten zo UNIEK?

Op het BioScience park – specifiek het terrein van de universiteit aan de andere kant van de snelweg (vlakbij Corpus) – zijn 36 experimentele proefsloten aangelegd voor onderzoek en onderwijs. Dit soort faciliteiten zijn uniek in Europa, en zeker omdat wij de sloten zoveel mogelijk onder natuurlijke condities houden. Vaak zijn semi-proefsloten een betonnen bak alwaar geen uitwisseling met de omgeving kan plaats vinden. In ons Levend Lab is deze uitwisseling en de aanwas van beesten en planten vanuit de omgeving wel mogelijk. Wij kunnen dus echt ecologisch onderzoek uitvoeren gecombineerd met ecotoxicologisch onderzoek.

Experimentele wateren

Omdat experimenten in een laboratorium moeilijk te vergelijken zijn met de natuur, zijn biologen begonnen met onderzoeken in semi-proefsloten of vijvers. Hierbij worden verschillende diersoorten bij elkaar gevoegd om een kunstmatig levensgemeenschap te creëren, vaak in plastic emmers of betonnen bakken. Van tevoren is er dan nagedacht welke soort welke plek in de levensgemeenschap inneemt, bijvoorbeeld de functie “prooi” of “roofdier”. Een nadeel van deze proefopzetten is dat ondanks de grote dimensies, het gelijk als in het lab, beschermde en gecontroleerde systemen zijn. Het zijn gesloten systemen waarin geen uitwisseling met de omgeving plaats kan vinden. Dit zijn systemen die binnen de (higher tier) risico analyse moeten worden gebruikt, maar die ecologisch niet direct relevant zijn.

Open systeem

Het Levend Lab wordt een “open systeem”, iets wat per definitie in de natuur ook het geval is, en zeker in Nederland waar nagenoeg alle wateren aan elkaar verbonden zijn. In ons Levend Lab is de uitwisseling en de aanwas van beesten en planten vanuit de omgeving wel mogelijk. We gaan niet van tevoren bedenken welke soorten we erin willen hebben. In het Levend Lab zullen we de dieren en planten zelf de sloten laten koloniseren door middel van een aansluiting op natuurlijke watergangen. Misschien verdwijnen er tijdens het experiment soorten, of komen er bij. Dit heeft als voordeel dat de interacties binnen de levensgemeenschappen veel uitgebreider en complexer zullen zijn; wat veel meer lijkt op de natuurlijke situatie. Tijdens het experiment zullen we echter één maatregel treffen: we laten geen uitstroom van de sloten meer toe. Dit doen we om te zorgen dat de behandeling ‘stof A’ bijvoorbeeld niet bij behandeling ‘stof B’ naar binnen komt stromen. Tevens garandeert dit de veiligheid van ons experiment. We zullen echter, bijvoorbeeld op droge momenten, wel water in laten lopen zodat we nog steeds verplaatsing van dieren via water zullen hebben.

Wat onze experimentele sloten nog meer zo uniek maakt, is dat we langs de sloten ook een natuurlijke oever hebben: de slootkant. Het is dan ook mogelijk om onderzoek te doen naar de interactie tussen het leven op de kant en in het slootwater. En dat is nodig omdat heel veel beestjes een deel van hun leven in het water doorbrengen, maar ook een groot deel van hun leven langs de waterkant (denk aan libellenlarven, muggenlarven en kikkervisjes).

Onze sloten zijn nog schoon en vergelijkbaar met elkaar

Waarom doen we niet gewoon onderzoek in al bestaande sloten? Waarom vergelijken we die sloten niet met elkaar? Dit doen we niet omdat de sloten in Nederland maar moeilijk met elkaar te vergelijken zijn. De ene sloot zal zich bevinden op een ander landtype dan de andere. De ene sloot zal andere waterorganismen bevatten dan de andere. Er is dus geen eerlijke vergelijking te maken. Bovendien bevatten veel Nederlandse sloten nou eenmaal al teveel soorten vervuilingen, zowel teveel nutriënten als verschillende soorten chemische stoffen. Wij zullen onderzoeken wat het effect van een enkele of gecombineerde vervuiling is ten opzichte van geen vervuiling. Daarvoor is het belangrijk dat we zelf controle hebben over de verschillende aanwezige vervuilingen.

De sloten die voor het Levend Lab zijn gegraven zijn schoon; er is geen vervuiling door chemische stoffen en het nutriëntengehalte is laag. Ze liggen naast elkaar dus hebben ze vergelijkbare omstandigheden. Bovendien wordt elke sloot gekoloniseerd vanuit de zelfde plas, dus de aanwezige dieren en planten zullen in elke plas vergelijkbaar zijn. Daardoor zijn de metingen tussen de sloten veel eenvoudiger met elkaar te vergelijken.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s